Bijna 25 jaar geleden werd ik geboren met een zware handicap, door hersenbeschadiging opgelopen door complicaties zowel voor als tijdens de geboorte. Tegen de tijd dat mijn leeftijdsgenootjes begonnen met klimmen en klauteren, krijg ik mijn eerste rolstoel. Ondanks dat ik een pienter en eigenwijs kind was, bleek ik door mijn handicap erg beperkt. Het was ook geen verrassing dat na de kleutertijd zowel de kinderartsen en overige deskundigen dan ook geen positieve verwachtingen hadden over mijn toekomst en levenskwaliteit: de woorden 'verzorgingshuis', 'speciaal onderwijs voor gehandicapten' en 'veel leuke dingen moeten missen' vielen maar al te vaak, iets wat mij veel verdriet bezorgde.
Wanneer ik rond mijn 4e of 5e levensjaar naar een speciale school werd gestuurd was ik erg verdrietig. Het was een school voor niet alleen lichamelijk gehandicapten zoals ik, maar ook voor (licht) geestelijk gehandicapten die in dezelfde klas zaten. Dit werd toen een gemengde mytyl- / en tytyl-school genoemd, toen de enigste school voor gehandicapten in de buurt.
De lessen die daar gegeven werden waren van een erg laag niveau: vooral omdat dan ook de kinderen met een geestelijke beperking de lessen goed konden volgen. Officieel moest elk gehandicapt kind in Nederland een gelijke kans hebben op werk en een productieve toekomst, maar in de praktijk was daar (zeker toen) geen sprake van. Alhoewel het Mytyl onderwijs kon worden opgevolgd door speciaal middelbaar onderwijs op VSO/VBO of met uitzondering MAVO niveau (tegenwoordig ook HAVO niveau) was het toen redelijk uitzonderlijk om na het mytyl onderwijs met de MAVO bij te wonen.
Naarmate ik ouder werd zagen mijn ouders ook in dat ik het helemaal niet naar mijn zin had op de speciale school. Ik moest vaak huilen, ik verzette mij elke dag weer als ik met een busje naar school werd gebracht en ik werd steeds stiller en rebelser: ik deed niet eens meer vrijwillig mee met de lessen en daarvoor kreeg ik op school straf van de juf of meester. Maar toch! Ik mocht dan gehandicapt zijn maar ik was niet op mijn achterhoofd gevallen. Veel vriendjes waarmee ik thuis na schooltijd omging waren niet gehandicapt. Zij kregen veel moeilijkere en belangrijkere dingen te leren op school die mij veel interessanter leken dan wat de Mytyl school mij kon aanbieden. Als mijn vriendjes aan mij vroegen wat ik later wilde worden had ik daar geen idee van: het mytyl/tytyl onderwijs richtte zich meer op het hebben van hobby's zoals muziek of spel en niet zo zeer op werken en studeren.
Ik begreep vrij vroeg dat het speciale onderwijs niets goeds voor mij in de toekomst zou brengen. Na maanden van verzet en dwars doen besloten mijn ouders om samen met mij en een gespecialiseerde pedagoog-en-kinderarts een gesprek aan te gaan over mijn gedrag, dat steeds dwarser, bozer en ongelukkiger werd. Toen de kinderarts aan mij vroeg waarom ik boos en verdrietig was liet ik maar al te graag weten dat ik de speciale school verschrikkelijk vond en dat ik mij daar niet op mijn gemak voelde. Heel voorzichtig, bang om afgewezen te worden, vroeg ik waarom ik niet naar een 'gewone school' mocht gaan en of ik dat echt niet kon proberen. Na veel overleg met elkaar en de arts hebben mijn ouders hebben toen op advies van de kinderarts besloten om bij de gemeente, alle scholen in onze woonomgeving en bij elke instantie die daarbij kon helpen net zo lang aan te dringen en te zeuren totdat er zich mogelijk voordeed om het reguliere onderwijs te kunnen volgen. Een moeizaam en oneindig traject waarvan iedereen wist dat het altijd weer veel kopzorgen zou zorgen, zelfs vandaag wanneer ik waar dan ook recht op probeer te maken.
Na veel touwtrekken werd ik uitgenodigd om bij een toen nog kleine (maar inmiddels behoorlijk gegroeide) basisschool te komen kijken. En nog geen maand later woonde ik daar mijn eerste lessen bij. Ik bloeide helemaal op, werd een veel blijer kind en ook mijn ouders werden veel gelukkiger! Ik blonk helemaal uit in taal, rekenen en geschiedenis, mocht zelfs een klas overslaan en na groep 8 mocht ik met een mooi rapport vol ruim-voldoendes naar de gemengde brugklas van het HAVO/VWO in de buurt.
Eenmaal daar werd ik enorm gepest op de middelbare school. Dit bracht de nodige depressies met zich mee, waardoor ik een tijd niet goed naar school durfde, mij vaak ziek meldde en uiteindelijk suïcidaal werd. Ook mijn cijfers leidde onder deze druk. Met de goede bedoelingen en misschien uit bescherming hebben mijn ouders zich toen toch weer afgevraagd of het reguliere onderwijs tóch wel de beste optie voor mij was. Ze drongen voorzichtig aan om te overwegen om toch weer het speciaal onderwijs te gaan volgen omdat ik daar niet gepest zou worden: op zo een school is iedereen gehandicapt. Ik was echter vastbesloten om NOOIT meer terug te keren naar zulk aangepast en beperkend onderwijs want ik wilde mijn diploma halen en met de samenleving mee kunnen draaien. Bovendien zullen mijn ouders er op een dag niet meer zijn, dan moet ik ook al mijn beslissingen zelf nemen. Met die gedachte in mijn achterhoofd besloot ik om niet voor de dood of het verpleeghuis te kiezen, maar om ondanks de twijfel van mijn ouders toch te kiezen voor het verder gaan met mijn schooltijd op het gewone middelbare onderwijs. Ik besloot de pestkoppen tegen te gaan (hoe eng dit ook was), mijn prestaties weer op te pakken en hierbij om hulp van de conrector en de schooldecaan te vragen. Die steun kreeg ik gelukkig meteen, de ergste pestkoppen werden geschorst of geruild met moeilijke leerlingen van andere scholen in de hoop dat ze zich zonder hun vrienden beter zouden gedragen en ik kreeg bijles om mijn rapport cijfers weer omhoog te halen. En inderdaad, de andere pestkoppen hielden snel op met pesten omdat hun mede-pestkoppen weg waren en mijn ouders waren uiteindelijk gerust gesteld dat de school echt zijn uiterste best deed om mij net zo goed te helpen en op te vangen als hun niet-invalide leerlingen. Ik studeerde uiteindelijk trots af op de HAVO als een goede leerling en kreeg het diploma waarvoor ik zo hard mijn best deed. Inmiddels heb ik in de jaren daarna mijn rijbewijs gehaald, ga ik komend jaar verder studeren met een HBO studie en ga ik over een niet al te lange tijd zelfstandig (!) wonen met daarbij hulp op afroep (het kunnen bellen van een verzorger of verpleger wanneer ik dat nodig heb, op de tijden die ik zelf kies). De mytylschool, het verzorgings- en verpleeghuis en een levenslange krappe uitkering krijgen van mij een uitgestrekte middelvinger!
Naarmate ik steeds vaker heb moeten vechten voor mijn toekomst en rechten heb ik mij een positievere houding kunnen aanmeten. Je denkt misschien nu “daar heb je weer zo een optimistische bobo, zo een survivor met een overdreven positieve houding”, maar dit is zeker niet waar. Zelfs vandaag krijg ik nog vaak genoeg van alle personen om mij heen geschreeuw, een boze blik, veel verzet en vooral veel twijfel en onbegrip. Ik hoor maar al te vaak van anderen dat ik niet mag zeuren, niets moet willen of wensen en dat ik dankbaar en tevreden moet zijn met hetgeen dat ik Nederland aangeboden krijg in de vorm van een uitkeringen en verzorging. Zelfs mijn ouders zijn lange tijd pessimistisch geweest over de kansen om zelfstandig te wonen en een HBO studie te kunnen volgen. Ook ik zie het leven dan een tijdje helemaal niet meer zitten als iedereen er maar een sport van maakt om mij te kwetsen, of dat nu hun bedoeling is of niet, maar ik geef mij NIET meer over aan gedachten over zelfmoord. In plaats daarvan heb ik geleerd om de hulp van de juiste instanties en personen om mij heen in te schakelen. Zij kunnen je bijstaan en met je meedenken wanneer je in een depressie zelf de bomen even niet meer door het bos ziet. Zo kun je met een steuntje in de rug weer werken aan het bereiken van de wensen of doelen die je hebt (of het nu gaat om een studie, het recht hebben op een baan, of om na een nare en moeilijke periode weer op eigen benen te durven staan). Het UWV, stichting MEE, PsyQ, het GGZ en anderen, dank jullie wel.
Ik sta vaak versteld over hoeveel medeleven, compassie en sympathie vreemden voor je over hebben als je maar om hulp vraagt en eerlijk, beleefd en oprecht blijft. Als je die hulp niet meteen vindt, blijf dan toch zoeken en vragen naar dat soort hulp, er bestaan ontzettend veel van personen en instanties waar ja vast nog niet aan hebt gedacht, ga er heus van uit dat er instanties en hulpbronnen bestaan om jou er weer bovenop te helpen, vraag ook gerust aan vrienden, lotgenoten of aan de kindertelefoon of stichting korrelatie, te vinden op internet en in het telefoonboek. Bovendien als je depressief bent kan de huidige situatie nooit veel slechter worden, het kan juist alleen maar verbeteren, blijf die hulp zoeken want de mensen die jou kunnen helpen doen dit graag, zij hebben er zelfs hun beroep van gemaakt. Wat ik zelf doe is het negeren van alle tegenslagen wanneer ik depressief ben want die maken mij toch alleen maar verdrietiger, ik kijk dan juist naar hoe ik die nare problemen misschien beter kan aanpakken en ik let op alle kleine verbeteringen en vooruitgangen die ik wél bereik en maak. Want met genoeg van die vooruitgangen samen wordt ik vanzelf weer positiever en kan ik weer een stap verder in mijn leven: dat maakt het leven vanzelf weer leuk.
Na al die keren heb ik nu geleerd dat als je écht iets heel graag wil, je dat met doorzetten en het vragen om hulp/steun (of dit nu psychisch hulp, rechtsbijstand of financiële steun is) vaak kunt bereiken, ook al duurt het soms wat langer. Men zegt vaak: "de aanhouder wint" en dat is driehonderd procent waar! Net als ik en elk ander heb ook JIJ behoeften en wensen voor JOUW toekomst! Soms moet je om die wensen en behoeften waar te maken dwars tegen de meningen en eisen van je ouders, familie, vrienden of wie dan ook ingaan. Ondanks dat dit vaak heel eng en niet leuk is, kun je proberen te denken dat als al die personen écht van jou houden zij uiteindelijk heus wel overtuigt raken dat jij de juiste beslissingen kan nemen, zolang als jij er maar voor zorgt dat jij jezelf blijft inzetten en blijft doorzetten voor het bereiken van jouw wensen en doelen. Iemand die echt om jou geeft wordt uiteindelijk zelf ook gelukkig als jij besluit om een droom, wens of doel te bereiken, omdat zij zullen zien dat jij door het bereiken van jouw eigen doelen en plannen zelf ook weer blij kan worden, zelfs als iedereen om jou heen dat in het begin niet meteen laat blijken, zelfs als die anderen je in het begin proberen dwars te bomen.
Als iemand jou echter nog steeds heel ongelukkig blijft maken, zelfs nadat jij je doelen al hebt bereikt, of bijna hebt bereikt is het tijd om met die persoon een gesprek aan te gaan. Soms is dit je broer of zus, een vader of moeder, jouw man of vrouw of misschien je/een vriend of vriendin. Vertel ze hoe belangrijk het is voor jou om te doen wat jij wilt doen. Als ze je dan nog niet steunen en lastig vallen, of gewoon nog steeds depressief of ongelukkig maken, kun je besluiten om voor een tijdje, of helemaal niet meer met die persoon om te gaan. Sommige mensen veranderen pas na jaren en bieden pas hun excuus aan als jij al lang verder bent gegaan met jouw eigen leven. Soms verdwijnen mensen op die manier uit je leven en scheiden jullie wegen, maar je zult ook altijd weer nieuwe mensen leren kennen.
Als je in Nederland woont mag niemand jou hardhandig dwingen om iets te doen wat jij niet wilt, dat is in de wet vastgesteld en daarom heb je recht op bescherming en bijstand. Zelfs een religie of geloof, of de gemeenschap of commune waarin je misschien leeft hebben in Nederland helemaal GEEN recht om jou tot iets te dwingen waar je ongelukkig en/of depressief van wordt. Als iemand of een groep mensen toch bij jou blijft aandringen om iets te doen wat jij niet wilt waardoor jij je steeds verdrietiger en naarder gaat voelen kun je daarvoor altijd bij de politie terecht. Daar hoef jij je niet schuldig over te voelen, want vaak is iemand gemeen of kwetsend omdat ze zelf een probleem hebben, ziek in hun hoofd zijn of omdat ze gewoon niet beter weten en zelf slecht opgevoed zijn. De politie is verplicht om jou altijd te helpen, zowel als iemand jou lastig valt en/of slecht behandelt, maar ook wanneer jij gewoon depressief of hulpzoekend bent. De politie is volgens de wet verplicht om jou op te vangen, om naar jouw hele verhaal te luisteren en om jou daarna in contact brengen met de juiste instanties en hulpverleners die jou verder kunnen helpen zoals bijvoorbeeld een psycholoog, hulp en steun voor iemand die per ongeluk zwanger is geworden, bescherming als een echtgenoot, vriendje of ouder je misbruikt, enzovoorts. Als het nodig is kan de politie voor jou onderdak en bescherming bieden zodat als iemand jou depressief of bang maakt jou niet kwaad kan doen.
Ik hoop dat anderen misschien inspiratie, positieve ideeën of hoop uit mijn verhaal kunnen halen. Het feit dat iedereen (gehandicapt of niet) kan blijven doorzetten aan aandringen om geholpen te worden en gelijk behandelt te worden als iedereen is heel belangrijk. Beze goed dat als je heel depressief bent er altijd nog ontzettend veel instanties en behulpzame personen zijn die jou kunnen en willen helpen. Die instanties vind je gemakkelijk op internet door te zoeken naar een zoekopdracht zoals bijvoorbeeld “hulp bij depressie”, “hulp na misbruik” of “hulp bij studeren met handicap”. Voor iedereen is er hulp of steun, of je nu per ongeluk zwanger geraakt bent, je van iemand van hetzelfde geslacht houdt, voelt dat je in het lichaam van het verkeerde geslacht zit, gepest wordt, misbruikt of mishandelt bent of nog steeds wordt of bedreigt wordt, of wat dan ook! Je kunt ook op jouw school bij de conrector of decaan langs. Of als je niet meer op school zit kun je altijd nog bij het politiebureau en het ziekenhuis om hulp of om een verwijzing naar hulpinstanties vragen. Als iemand in het ziekenhuis of het politiebureau bij de balie weigert om jou verder te helpen, dan mag je gerust eisen om met iemand te spreken die een hogere functie heeft, loop vooral niet weg als iemand op dat moment onbehulpzaam is of als het niet meteen loopt zoals je gehoopt had maar blijf proberen, de aanhouder wint, zorg dat jij diegene bent die blijft aanhouden. Blijf vragen en zoeken, gebruikt het internet thuis of als je dat niet hebt, het internet in de bibliotheek.
Omdat ik dankzij de hulp van anderen vandaag sterk en zeker in het leven sta, wil ik heel graag mijn hulp en een luisterend oor aan iedereen aanbieden die ook problemen heeft of die het gewoon heel fijn vinden als er iemand naar hun luistert. Net als veel mensen op deze en zoveel soortgelijke websites kan ik altijd helpen met het verwijzen naar de juiste hulpinstanties in Nederland, zoals bijvoorbeeld het GGZ, een stichting voor gehandicapten of wat dan ook. Juist omdat het soms zo eng is om direct hulp te vragen aan zo een instantie, kan het fijn zijn als iemand je daarbij helpt. Iedereen mag daarom ALTIJD een berichtje naar mij sturen. Ja, ook JIJ! Ik probeer dan zo snel mogelijk jouw bericht te lezen en als je dat wilt, te reageren of je te helpen bij het vinden van een hulp- of zorg aanbiedende instantie of verlening in jouw buurt. Je hoeft je echt niet voor te schamen om zo een instantie, zorgverlening, mij of een ander om hulp te vragen. Daar heb jij recht op.
- B'tje.
Let op: Zelfmoord.nl en Stichting LeefMee zijn geen onderdeel van Stichting 113 Zelfmoordpreventie. Wij verwijzen slechts naar hun website.
113 Zelfmoordpreventie is een Nederlandse stichting die zich richt op het voorkomen van zelfmoord. De stichting is 24 uur per dag bereikbaar voor suïcidale mensen met een hulpvraag, een verzoek om informatie of een luisterend oor. Mensen kunnen telefonisch contact zoeken vanuit Nederland op 113. Hulp wordt ook geboden per e-mail of chat, desgewenst volledig anoniem.