Zoals de titel al zegt: ik snap geen ene donder meer van mezelf. Ik ben het ene moment melig met mijn vriendinnen, het andere totaal depressief. Het ene moment wil ik me het liefst huilend voor een trein gooien, het andere moment wil ik geholpen worden en niet dood. Ik snap mezelf echt niet meer. Hier is mijn verhaal.
Op de basisschool werd ik gepest en in elkaar geslagen. Ik werd nooit geaccepteerd in het meisjesgroepje, en sloot me daarom maar aan bij de jongens. De ene dag waren ze mijn vrienden, de andere dag waren we vijanden. Vechten heb ik in ieder geval goed geleerd. Mijn ouders hebben duizenden keren met de leraren gepraat, maar wat zich buiten schooltijd afspeelde, zou hen niet aangaan. Ze stonden te kijken vanachter de ramen van hun lieve kantoortjes, terwijl ik nog niet een meter van het schoolrek in elkaar geslagen werd.
Ik was zo blij toen ik naar de middelbare mocht: het gepest zou afgelopen zijn. Desondanks heb ik me afgeschermd voor alle sociale contacten en nooit mensen dicht bij me gelaten. Ik had een enkele vriendin, maar zelfs daar zonderde ik me het liefste van af. Alles ging heel goed, ik viel niet op in de klas en werd met rust gelaten. Tot de halverwege het eerste jaar.
Mijn moeder kreeg borstkanker. Ik besefte amper wat er aan de hand was. Zodra ik mijn mentrix inlichtte, werd er een spervuur aan vragen op me afgevuurd. Wordt haar borst geamputeerd? Hoe voel je je nu dan? Zal ik een briefje rondsturen naar de leraren? Ik snapte er niets van, was het dan zo erg? Mijn moeder was immers helemaal niet ziek...
Ze onderging twee operaties, ik besefte nog niet wat er was. Ook tijdens de chemo had ik geen besef van mijn omgeving en mijn moeders behandeling. Ik stond er vanaf, was gedistantieerd. Tijdens de bestraling raakte ik in de war. Iedereen noemde dit het begin van een vrolijk, nieuw schooljaar. Het was namelijk al het begin van de tweede klas. Ook al was mijn moeder aan de beterende hand, mijn nieuwe mentrix werd op de hoogte gesteld en mijn leraren ingelicht over mijn situatie.
Als je me vroeg hoe het met me ging, was het antwoord altijd 'ja'. Mijn lichaam zei ja, ik deed alsof ik vrolijk was en zei dat ook. Vanbinnen, echter, raakte ik steeds dieper in de put. Ik begreep het niet, wat was er aan de hand? Toen ik eindelijk besef kreeg van mijn moeders ziekte barstte ik midden in de les in huilen uit. Ze was genezen, inderdaad, maar voor mij begon de hel toen pas.
Ik raakte in een neerwaarste spiraal, raakte boos op iedereen die me niet begreep en verafschuwde eenieder die vroeg hoe het met mijn moeder was. Deed ik er dan niet toe? Ik begon zelfmoordgedachtes te krijgen als ik echt heel erg down was. Mijn enige vriendin die mee was gegaan naar de tweede kwam daarachter, ze had brieven gelezen die ik naar mezelf had geschreven.
Ik tegenover mijn zelfmoordgedachtes.
Ze raakte in paniek en rende naar mijn mentrix. Naar haar verhaal zei ze: 'Iemand uit onze klas heeft zelfmoordgedachtes.' Waarop de mentrix reageerde: 'Esther.' Hoe ze dat wist weet ik niet, ik dacht dat ik het altijd goed verborgen had gehouden.
Niet goed genoeg. Het was een nachtmerrie. Ik kreeg gesprekken met een counseler, die mij ervan probeerde te overtuigen dat het leven 'mooi' is. Cynisch reageerde ik op zijn argumenten. Na een paar maand zag hij geen verbetering in mijn situatie, en nam een depressie-test af. Hierop scoorde ik hoog, te hoog, veel te hoog. Ik was een risicogeval voor mezelf en mijn gedachtes over zelfmoord waren overgegleden naar neigingen. Ik werd onmiddellijk doorverwezen naar een psychologe. Langzaamaan klom ik weer op, het ging beter met me en de afspraken hadden steeds meer ruimte.
Tot twee maanden geleden.
Ik was terug, mijn gedachtes waren terug. Onbewust van de kettingreactie die mijn handeling zou veroorzaken, haalde ik tijdens de les een stanleymesje door mijn hand. Iets harder dan de bedoeling was. Het bloedde hevig, voor ik naar de wc kon sneaken pakte de leraar mijn pols en trok me woedend mee naar een kamertje achteraf waar hij de wond verzorgde en me vroeg hoelang ik mezelf al sneed.
Drie maanden, was het antwoord. Ik had de littekens om het te bewijzen. Ik schrok van mezelf. Weer was het besef achter mijn handelingen aan gehobbelt, ik had al veel langer weer zelfmoordneigingen.
Sindsdien ben ik veel te weten gekomen. Een jaar geleden wilde ik niet dood, ik wist gewoon niet hoe ik moest leven. Nu is dat anders. Ik wil dood, of ik leef kan me niks meer schelen.
Als ik met dit tempo blijf vallen in mijn gedachtes, ben ik binnen twee maand dood. Gezien het feit dat ik niet geholpen wil worden en sinds gisteren altijd een stanleymes in mijn achterzak heb zitten, verwacht ik niet dat het nog heel lang duurt. Ik ben van plan mijn polsen door te snijden, in de lengte, niet in de breedte. Het schijnt dat ze je dan nog kunnen redden. Ik heb mijn slachtoffer al gevonden. De grootste pestkop van de basisschool mag getuige zijn. De gymles zal zich daar zeer goed voor dienen.
Zodra het moment daar is, ben ik in staat het te doen. Dat weet ik, dat voel ik, en ik heb er vrede mee. Dit zal mijn einde zijn, dit is mijn leven. Mijn keuze.
Let op: Zelfmoord.nl en Stichting LeefMee zijn geen onderdeel van Stichting 113 Zelfmoordpreventie. Wij verwijzen slechts naar hun website.
113 Zelfmoordpreventie is een Nederlandse stichting die zich richt op het voorkomen van zelfmoord. De stichting is 24 uur per dag bereikbaar voor suïcidale mensen met een hulpvraag, een verzoek om informatie of een luisterend oor. Mensen kunnen telefonisch contact zoeken vanuit Nederland op 113. Hulp wordt ook geboden per e-mail of chat, desgewenst volledig anoniem.